We zitten een ruim uur rijden van Leipzig, dus we ontbijten redelijk vroeg, en rijden rond half elf richting de stad.

We parkeren de bus vlakbij de Hauptbahnhof en besluiten te voet naar het Mendelssohnhuis te gaan. Maar uiteindelijk vonden we dat tóch te ver, en diva’s als we zijn laten we ons comfortabel voor de deur afzetten — na een taxirit van wel vijf minuten.

Het Mendelssohnhuis is charmant en informatief. Er is een zaal waar je je even dirigent mag wanen (ahum) en zijn muziek kan dirigeren. Zowel Ago als Hans nemen het stokje ter hand (natuurlijk niet tegelijkertijd), maar het ingeblikte orkest speelt zo onritmisch dat er geen eer aan te behalen valt





Hoewel het een leuk museum is, zijn we enigszins teleurgesteld dat er weinig authentieks te vinden is, op wat fragmentarische manuscripten na. De vleugels zijn weliswaar uit de tijd van Mendelssohn en zijn zuster Fanny, maar geen van de aanwezige instrumenten behoorde hen toe.
Hongerig en dorstig verlaten we het museum en wandelen richting Thomaskirche en Bachmuseum in het centrum. We stranden bij een restaurant in de Schillerstraße om de inwendige mens te versterken. Als we de wandeling willen voorzetten worden we verrast door een enorme regenbui, en net als we denken dat we verder kunnen nog één, en daarna nog één.

Maar uiteindelijk bereiken we de Thomaskirche en het Bach-museum.



Na kerk en museum drinken we koffie en thee om de hoek (uiteraard mét) en aangezien het weer giet laten we ons andermaal door de taxi vervoeren, nu terug naar de bus. We halen salades en lekkere dingen op het station die we opeten als we weer thuis zijn.
Een mooie dag is weer ten einde. Morgen gaan we naar Schloß Pillnitz in de buurt van Dresden.